Voor een overzicht van de staande klokken in de verkoop zie het menu links.

Staand Engels horloge, periode eind 18e eeuwEen staande klok is een uurwerk in een staande kast die op de vloer staat. Hiervan zijn vele uitvoeringen. Enkele voor­beelden zijn een Nederlands staand horloge, een Engels staand horloge of een Duitse staande klok. In Frankrijk zie je ook staande klokken en comtoises die in een kast zijn ge­bouwd.

De staande klok in Engeland
De toepassing van hout als materiaal voor klokkenkasten is pas laat ontstaan. Dit komt waarschijnlijk door de strenge regels van de gilden die metaalbewerkers verboden om hout te verwerken. Het duurde dan ook tot het midden van de 16e eeuw voordat er houten klokkenkasten verschenen.
De mensen die de kasten leverden ontwierpen ze in nauw overleg met de uurwerkmaker. Van de kasten die op de vloer stonden was het de bedoeling dat de klok van alle kanten kon worden bewonderd. Vanaf ongeveer 1660 werd er in Londen een staande klokkenkast gecreëerd die zo fraai van verhoudingen was dat hij toonaangevend werd.
Als een van de eerste makers van staande klokken geldt Ahasueres Fromanteel, de man wiens zoon Johannes in Den Haag bij Salomon Coster de geheimen van het slingeruurwerk leerde. Ook Thomas Tompion is een belangrijke klokkenmaker in die tijd.

Staand klokje met Lenzkirch uurwerkIn de loop van de tijd veranderen de klokken van uiterlijk.
Dit betreft zowel de kast van de klok met zijn versieringen als het model ervan, de wijzerplaat met zijn versieringen, de wijzers en allerlei veranderingen aan het uurwerk. Ook was de staande klok niet alleen meer voorbehouden aan de bewoners van de stad maar werd hij ook gemaakt voor het platteland.
Met betrekking tot het uurwerk is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de klokken die een dag lopen en klokken die een week of langer lopen.

De Nederlandse staande klok
Omstreeks 1680 wordt de staande klok geïntroduceerd in Amsterdam door Engelse uurwerkmakers die zich in de stad vestigden. De eerste Amsterdamse staande horloges vertoonden in het begin dus veel overeen­komsten met de Britse tegenhangers. Er zijn echter al wel snel wat typisch Nederlandse trekjes te onderkennen, zoals een wekkerwerk, slagwerk op twee bellen, versierde slingerornamenten, fluweel op de wijzerplaat en rijk barok houtsnijwerk op de kroonlijst van de kap. De uurwerken zijn nooit daglopers maar bijna altijd achtdaags. Over het algemeen waren ze goed en stevig gebouwd en het lijkt alsof ze rechtstreeks uit Engeland werden geïmporteerd. Vaak zijn Nederlandse klokken op een apart naamplaatje gesigneerd.
Ook de kasten vertonen in de loop van de tijd een specifieke ontwikkeling. Deze kunnen bestaan uit een getoogde opbouw van de kap, eenvoudige pinakels of vazen en later weer bazuinende engelen, bol- of klauwpoten en ga zo maar door. Het wordt in de loop van de tijd steeds overdadiger voor een grote groep rijken.

<< terug naar Klokken