Voor een overzicht van de comtoises in de verkoop zie het menu links.

Comtoise met adelaar, periode omstreeks 1820, bolle plaatComtoise is een type klok dat van circa 1680 tot in de 19e eeuw in Frankrijk werd gemaakt, meer bepaald in de Jura. Het specifieke kenmerk van een comtoise is de opbouw met een metalen frame waarin het gedeelte voor de tijdaan­wijzing naast het slagwerk geplaatst is tussen apart uit­neembare spijlen. De vorm en uitvoering van de wijzerplaat en versiering van het front en de slinger zijn afhankelijk van de bouwperiode. De meeste comtoises hebben een grote emaille wijzerplaat met romeinse cijfers.

Het woord is afgeleid van Franche-Comté, een regio in Frankrijk met Besançon als belangrijkste centrum. Uit Zwitserland uitgeweken uurwerkmakers begonnen hier een nieuw bestaan. Vaak werd een comtoise door een lokale meubelmaker in een houten kast geplaatst die een centrale plaats in het Franse huishouden innam De comtoise is een slingerklok, die doorgaans twee gewichten van ieder zo’n 3½ tot 4½ kilo heeft. Als de klok op twee meter hoogte aan de muur gehangen wordt, loopt de normale uitvoering 8 dagen. Vaak hangt men deze wat lager, zodat hij maar 6½ of 7 dagen loopt. Er zijn ook maand­lopers die een tandwiel meer hebben en zwaardere gewichten (8 tot 10 kilo). Deze lopen 30 dagen.

comtoise model stationsklokVeel comtoiseklokken hebben een repetitieslagwerk, wat betekent dat hij precies op het uur het aantal uren slaat, en na een pauze van 2 à 3 minuten dit nog een keer herhaalt.
Op het halfuur slaat hij slechts één keer. De repetitieslag had als doel om de eigenaar een tweede kans te geven om te horen hoe laat het was als hij de eerste slag was vergeten te tellen. Deze functie kon nog worden uitgebreid met een repetitie­werk, waarbij de laatste uurslag herhaald werd als men aan een touwtje trok. Dit touwtje kon worden doorge­trokken naar bijvoorbeeld de slaapkamer.

Er bestaan ook comtoiseklokken met meerdere bellen, een kwartierslagwerk en zelfs carillons en muziekdozen, maar deze zijn erg zeldzaam. Meestal hebben deze drie gewichten, hoewel er ook een type kwartierslagwerk is met twee gewichten. Het ontsnappings­mechanisme brengt de kracht vanuit de tandwielen over op de slinger. De lengte van de slinger bepaalt met welk ritme dit gebeurt, en bepaalt dus de snelheid waarmee de klok loopt. De kracht­overbrenging ge­beurt bij comtoises vanaf 1850 meestal via een terugwerkende ankergang en bij oudere comtoises meestal via een spillegang waarbij de lepels onder een hoek van 60° staan. Klokken met spillegang hebben een vouwslinger of een draadslinger met loden klosje. Klokken met ankergang kunnen allerlei slingers hebben, waaronder het type harpslinger en bloemslinger. Sommige bloemslingers hebben een bewegend mechanisme onderin de slinger, zoals bijvoorbeeld een jager waarbij zijn arm met geweer op en neer gaat in het ritme van de slinger.

<< terug naar Klokken